Gids

Gesloten of open hoofdtelefoon: welke past bij opnemen en mixen?

Waarom een gesloten hoofdtelefoon bij het opnemen en een open model bij het mixen vaak de betere keuze is, en wat dat voor je aanschaf betekent.

Een gesloten en een open studiohoofdtelefoon naast elkaar, waarbij alleen bij het open model geluid ontsnapt

Een hoofdtelefoon doet in een studio twee verschillende dingen. Tijdens het opnemen laat hij je jezelf of de begeleiding horen zonder dat het geluid in de microfoon terechtkomt. Tijdens het mixen laat hij je kritisch luisteren. Die taken vragen niet hetzelfde van het ontwerp.

Gesloten: voor opnemen

Een gesloten hoofdtelefoon heeft oorschelpen die aan de achterkant dichtzitten. Dat houdt geluid binnen en weert geluid van buiten. Voor opnemen is dat de belangrijkste eigenschap: lekt er muziek uit je koptelefoon, dan pikt de microfoon die op, vooral een gevoelige condensatormicrofoon vlak bij je gezicht.

Het nadeel is dat het geluid in de oorschelp kan resoneren. Basfrequenties worden vaak sterker ervaren en de ruimtelijkheid is beperkter. Daarom hoor je minder wat er werkelijk in je opname zit.

Open: voor mixen

Een open hoofdtelefoon laat geluid door de achterkant van de schelp ontsnappen. Dat geeft vaak een ruimtelijker, natuurlijker klankbeeld en minder opgebouwde bas. Kritisch luisteren tijdens het mixen gaat daardoor makkelijker, en vermoeidheid na lang luisteren treedt later op.

Open hoofdtelefoons lekken en laten omgevingsgeluid door. Je gebruikt ze dus niet tijdens het opnemen met een microfoon in dezelfde ruimte, en ook niet in een rumoerige omgeving.

Semi-open

Sommige modellen zitten er tussenin. Ze lekken minder dan een open model, maar hebben een ruimtelijker geluid dan een gesloten. Dat kan een goed compromis zijn als je maar één hoofdtelefoon wilt. Ga wel na hoe dat in jouw situatie uitpakt: lekt het nog te veel voor opnames met een microfoon dichtbij?

Impedantie en gevoeligheid

Naast het ontwerp speelt de impedantie een rol. Een hoofdtelefoon met een lage impedantie, rond de zestig ohm of lager, werkt aan bijna elke uitgang. Een model met een hoge impedantie van tweehonderd ohm of meer heeft meer spanning nodig. Op een zwakke hoofdtelefoonuitgang, zoals bij sommige laptops, klinkt dat zacht. Op een goede interface met een krachtige uitgang kan een hoge impedantie juist voordelen hebben, zoals minder ruis. Controleer dus de uitgangsspecificatie van je interface voor je koopt. Ook de gevoeligheid (in dB SPL per mW of per volt) bepaalt hoe luid een hoofdtelefoon klinkt; de impedantie alleen vertelt niet alles.

Wat je moet laten meewegen

  • Draagcomfort. Een sessie van enkele uren vraagt om lichte, zachte oorkussens en een hoofdband die niet drukt.
  • Kabel. Een vaste kabel is robuust, een afneembare kabel is makkelijker te vervangen.
  • Opvouwbaarheid. Handig voor transport, minder belangrijk in een vaste studio.
  • Vervangbare onderdelen. Oorkussens slijten. Bij modellen waarvan je ze los kunt kopen, gaat de hoofdtelefoon langer mee.

Eén of twee hoofdtelefoons?

Het ideale plaatje is een gesloten model om mee op te nemen en een open model om mee te mixen. Wie slechts één hoofdtelefoon kan kopen en vooral opneemt, kiest voor een gesloten model. Wie vooral mixt in een stille kamer, kan een open model nemen. Wil je ook echt monitoren met speakers, zie dan het artikel over studiomonitors in een kleine kamer.

Voorbeelden uit het aanbod

Opnamehoek Gidsen